digitale wereld vermengt zich tegenwoordig steeds meer met de fysieke werkelijkheid. De algoritmes krijgen steeds meer invloed op het menselijke psyche en gedrag van mensen. De laatste tijd krijgen de negatieve aspecten hiervan meer aandacht en is er meer bewustzijn voor de beïnvloeding van sociale media.
Vorig jaar heb ik mij meer verdiept hierin. Ik vond mijn eigen schermtijd te hoog, voornamelijk doordat ik veel tijd doorbracht op YouTube en Instagram. Andere platforms als Snapchat, Reddit en Twitter had ik vanwege eenzelfde gevoel al eerder afgestoten, en aan platforms als TikTok ben ik nooit begonnen. Toch voelde ik dat ik moest breken met de aandachtsmachines die dit zijn.
Daarin ben ik niet de enige. Als ik met vrienden of collega’s hierover spreek zijn zij het er allemaal mee eens dat we te veel tijd online verspillen. Sommigen hebben net als ik ook maatregelen genomen, zoals het verwijderen van de YouTube app van de telefoon. Dan blijft het nog wel mogelijk om video’s te kijken via de computer of televisie, maar werp je toch een barrière voor jezelf op.
Mijn collega Sarah had zelfs gereageerd op een lezersoproep in het NRC, waarin jongeren werd gevraagd hun ervaringen en opinies over de smartphone en het smartphoneverbod in de schoolklas. Ze slaat daarin de spijker op z’n kop:
Het is een verloren wedstrijd: als jongere speel je tegen een team van de beste gedragspsychologen die er alles aan doen je aandacht te kapen. De socialemediabedrijven zetten hen in om de menselijke geest te gebruiken als verdienmodel.
Het laat zien dat het lastig is om afscheid te nemen van de telefoon; naast de manipulatie van algoritmes zit een groot deel van ons sociale leven erin. Dit maakt het moeilijk om afscheid te nemen van de smartphone.
Vorig jaar heb ik dat desondanks toch geprobeerd. Na het verwijderen van meerdere sociale media merkte ik dat ik toch bleef terugvallen op mijn smartphone. Via de browser kon ik alsnog de apps bereiken, of herinstalleerde ze na een tijdje weer. Daarom besloot ik om iets radicaals te doen en kocht ik via Marktplaats de anti-smartphone: de dumbphone.
Met mijn Nokia-baksteen, zoals ik hem liefkozend noemde, bleef ik bereikbaar wanneer ik buitenshuis was. Ook kon ik ermee radio luisteren en Mp3’s mee afspelen wanneer ik onderweg was, en er zat zelfs Google Maps op voor het geval dat ik toch verdwaald zou zijn. En doordat de daadwerkelijk onmisbare sociale media (lees Whatsapp en Signal) tegenwoordig ook volledig via de browser werken, kon ik die in ieder geval vanaf mijn laptop blijven gebruiken. Voor noodgevallen droeg ik mijn smartphone ook in mijn tas bij me, maar deze zou alleen via wifi werken. Het voelde als een waterdicht plan: ik zou minder afhankelijk zijn van mijn telefoon en toch bereikbaar zijn. Toch bleek de realiteit weerbarstiger.
Ten eerste werd de angst om dingen te missen groter. De FOMO (Fear Of Missing Out) werd sterker toen ik mijzelf meer had afgesloten van mijn vrienden, familie en werk. “Wat als ik nu een belangrijk appje heb gekregen en ik zie hem pas wanneer ik thuis ben?” Altijd online zijn ‘hackt’ ons brein dat er altijd iets belangrijks kan binnenkomen, en dat merk je eigenlijk pas wanneer je dat niet meer kan krijgen.
De FOMO was echter niet alleen het gevolg van een gehackt brein. Het is namelijk twee keer voor gekomen dat ik niet goed bereikbaar was wanneer ik dat wilde. Zo had ik een keer met vrienden afgesproken bij een café in de stad. Ik was wat later en fietste ernaar toe, maar het café bleek vol zonder dat mijn vrienden daar waren. Het bleek dat zij vanwege de drukte naar een andere kroeg waren gefietst en mij dat via whatsapp hadden laten weten. Gelukkig kon ik bellen en was ik even later wel op de juiste bestemming. Problematischer werd het toen het meermaals bleek dat ik niet gebeld kon worden of geen SMS kon ontvangen. Het bereik viel meermaals per dag weg, en alleen het heropstarten van het toestel kon dat oplossen. Het gelimiteerd bereikbaar zijn werd niet bereikbaar zijn.
Daarom besloot ik al snel weer afscheid te nemen van de dumbphone. Niet omdat ik liever wel online wil zijn, maar omdat het te onpraktisch is in onze tijd. Nu heb ik een ‘domme’ smartphone, waar een hoop apps en functies van zijn geblokkeerd en uitgezet. Op deze manier kan ik mijn schermtijd beter beperken, maar blijf ik wel bereikbaar. En sommige sociale media-apps zijn ook belangrijk om in de loop te blijven. Zo blijf ik Instagram op mijn telefoon houden om te zien waar mijn vrienden mee bezig zijn, zelfs degenen die op een ander continent wonen. Zonder die apps ben ik bang dat het contact met hen snel zal verwateren.
De macht die techbedrijven op onze psyche bestaat echt en is problematisch. Ik maak mij echt zorgen om de kortere aandachtsspanne en verloren tijd aan de onzinnige filmpjes die de sociale media domineren. Alleen door technologie op een doelgerichte manier te gebruiken is het mogelijk om bewust te kunnen leven. Voor mij was een smartphone-vrij bestaan een stap te ver, maar ik heb daarbij veel geleerd over mijn eigen relatie tot mijn telefoon. De ‘dommere’ smartphone is de oplossing die voor mij werkt. Daarbij kan ik iedereen aanraden om eenzelfde experiment aan te gaan en voor henzelf te kijken wat een prettige, werkzame oplossing is.